| Home
Mail pagina
Linken pagina
Veel gestelde vragen
Forum
Buiten kweken
Binnen kweken
Kweken op steenwol
kweken op coco's
Kweek producten
Meststoffen en bestrijdings middelen
Hoe bouw je een kweek ruimte
Diversen soorten
Na de oogst
Foto's
Thuiskweker
chat
|
|
VERLICHTING & VENTILATIE!
temperatuur en
VERLICHTING Een aantal jaren was er enkel 1000 Watt groeiverlichting voorhanden, die zijn nogal
inefficiënt.Gelukkig kun je tegenwoordig een betere keuze maken uit lampen met een vermogen van 400 of 600 Watt. Bij het kweken hanteren we de stelregel: licht = gewicht. Houdt er terdege rekening mee dat bij hydro alle
groeifactoren op een hoger niveau functioneren en de stofwisseling sneller verloopt. Om die reden zul je dus alle
factoren en dus ook het licht op een hoger niveau moeten brengen. Voor een vierkante meter planten, die je wilt laten beschijnen, heb je voldoende aan een 400 of 600 watt lamp. Het is echter te simpel om dan maar meteen te kiezen voor een 600
wattarmatuur. Het kan wel, maar wat de de luchtvochtigheid aangaat is het klimaat in een ruimte beter te beheersen met bijvoorbeeld twee lichtsystemen van 400 Watt. In een ruimte met een 600 Watt systeem zul je dus meer geld moeten investeren in afzuigers en eventueel luchtbevochtigers om het klimaat toch ideaal te houden. Naast het feit dat armaturen in verschillende vermogens te koop zijn, kun je bovendien verschillende
reflectors kopen. Vanuit de stelling: licht = gewicht, zorg je ervoor dat het licht een zo kort mogelijke afstand naar de plant aflegt. Naarmate de afstand groter wordt, neemt de intensiteit van het licht snel af. De
reflector die daarbij het beste helpt, is de z.g. diepstraler. Het alternatief zijn de z.g.
wide-reflektoren, die een grotere oppervlakte kunnen bestrijken.
Op het oog heb je daardoor minder armaturen nodig, maar doordat het licht een langere weg moet afleggen, is de intensiteit van dat licht minder en dat merk je aan de groei en bloei van de planten.
De hoogte van de lichtbron is in het licht van dezelfde stelling, ontzettend belangrijk. Te laag hangende lampen zorgt voor verbrandde planten en te hoog hangende lampen zorgen voor iele, lange planten en uiteindelijk gewichtverlies bij de oogst
de stelling is 600 watt 60cm 400 watt 40cm.
Zorg er voor dat je de mogelijkheid blijft behouden om de hoogte van de lampen te kunnen aanpassen. Hang de
reflector dus op aan kettinkjes. Op die manier kun je er zelf voor zorgen dat de afstand tot de planten
constant blijft.
De armaturen zijn over het algemeen nogal zwaar, tenzij je werkt met z.g. remote ballastboxen.
Zorg er in alle gevallen voor, dat de balken waaraan de lampen hangen, goed verankerd zijn in de muren of het plafond. Je moet er niet aan denken, dat je armaturen op een dag plotseling tussen de plantjes liggen.
VENTILATIE
Je weet al dat alle groeifactoren in een weedtuin op een hoger niveau moeten komen. Dat geldt ook voor de ventilatie. De plant heeft namelijk een grotere behoefte aan een
continue stroom CO2-rijke lucht Geef je dit de plant niet, dan heeft het geen zin om de andere
groeifactoren op een hoger plan te brengen. Ventilatie is vaak 1 van de grote
problemen in niet goed draaiende kweek-ruimten. Zorg er voor dat de inlaatopening niet te klein is, zodat er altijd voldoende CO2 rijke lucht naar binnen kan vloeien.
Wie hier problemen verwacht kan op de inlaatopening een extra inlaatventilator zetten.
Deze moet dan wel een iets kleiner vermogen hebben dan de afzuigventilator. Als je dat niet doet, maak je een hogedruk klimaat, wat op zich geen ramp is. Ware het niet dat geurtjes dan door de muren, vloeren en plafond heen kunnen dringen, waardoor je problemen met de gebruikers van aanpalende ruimten kunt krijgen. De uitlaatventilator moet berekend gekocht worden,
bij lampen van 400 watt 300m3 per lamp en bij 600 watt 500m3 per lamp.
Als je dit aan houd zit je altijd goed,het lijkt
veel maar je kan beter teveel aan afzuiging hebben dan te weinig het scheelt ook in geluids overlast omdat je niet altijd op 100% hoeft te draaien.
Alle factoren die betrekking hebben op de afzuiging moeten mee berekend worden. Het vermogen, dat op de meeste ventilatoren staat is het vrij uitblazend vermogen, dus zonder enige
obstructie. Elke bocht in het afvoerkanaal, elke ribbel in een flexibele afzuigslang, een koolstoffilter etc zorgt voor een verhoogde weerstand en die
Be invloed het vermogen van de ventilator negatief.
Vertel in de shop, waar je een ventilator wil aanschaffen, precies met welke bezwarende omstandigheden op de plek waar je kweekt, rekening gehouden moet worden.
Anders kan het gebeuren, dat het vermogen tekort schiet in periodes waar de afzuiger extra zijn best moet doen ('s zomers).
|
WAAR MOET JE OP LETTEN *Neem grote potten! De centrale
penwortel van je planten moet een flink stuk de grond in kunnen en de inhoud van de pot bepaalt hoe groot de planten uiteindelijk zullen worden.
*Om te bepalen hoeveel water je de planten geeft, moet je je ogen en je vingers gebruiken. Steek een vinger in de aarde en voel of die nog vochtig (dus niet kletsnat) is. Vaak weinig water geven, is beter dan af en toe veel. Zorg dat het gietwater niet te koud is, 23 graden is ideaal. Wees spaarzaam met voedingsstoffen, hou je aan de voorschriften op de etiketten of ga daar liever iets onder zitten. Overbemesting zie je terug aan snel vergelende bladeren. Uitspoelen is dan de enige remedie: geef de planten grote hoeveelheden schoon water om zo het overschot aan voedingsstoffen weg te spoelen.
*Toppen is het verwijderen van jonge scheuten, bovenin de plant. Het knopje, gelegen tussen twee blaadjes, snijd je met een scherp mes af. Hierdoor gaan de overgebleven blaadjes zich ontwikkelen tot twee nieuwe toppen. De plant gaat zich in de breedte ontwikkelen, in plaats van in de hoogte.
*Insecten die nachtmerries bij binnenkwekers veroorzaken (spint, witte vlieg, bladluis).
Ze gedijen namelijk in een vochtige omgeving met constant hoge temperaturen. En dan zijn er natuurlijk schimmels, met name meeldauw en budrot. Hiervan krijg je echter pas tijdens de bloei last. Insecten en ander ongedierte zijn vooral riskant voor jonge planten.
Bestrijdingsmiddelen zijn er in plakstrips of in vloeibare vorm. De vloeibare soorten sproei je, aangelengd met water, met een plantenspuit over de planten. Luizen vallen nauwelijks op, vaak ontdek je ze pas als ze massaal op je planten zitten. Een effectief middel tegen luizen is knoflook.
Knijp de knoflooktenen uit en laat sap en knoflookdeeltjes een nacht weken in warm water. Eventueel kun je ook wat fijngehakte Spaanse pepers en een grote ui toevoegen. De volgende dag zeef je de boel en voeg je er een halve druppel wasmiddel aan toe. Met een plantenspuit verspreid je de vloeistof over je planten. Besproei de bladeren ook aan de onderkant. Denk eraan dat je het risico op budrot verhoogt, als je de toppen besproeit met om het even welke vloeistof.
*Een basis groei- en bloeivoeding is absoluut aan te raden, en een wortelstimulator verhoogt de weerbaarheid van je planten, vooral ook tegen schimmels. Pas wel altijd op voor overbemesting en wissel voeding af met zuiver water zonder toevoegingen.
*Overbemesting
Snel verkleurende bladeren waarvan de uiteinden als eersten afsterven, wijzen op overbemesting. De bladeren zullen bovendien slap aanvoelen, ook al geef je voldoende water. De plant neemt geen vocht op, maar stoot dit af om op den duur te verdrogen. Spoel overbemesten
planten uit met lauw water, Reken ongeveer een liter water voor elke liter overbemesten aarde.
KWEEKSCHEMA VOOR AARDE
START Eerste dag: Plaats je stekje in de grond zodat het steenwol blokje niet bovenuit de aarde steekt. hang je lamp(en) hoog (60-80cm) en zet de klok op 18 uur. Stekken een goede scheut water met wortelstimulator geven.Maar niet te nat houden, probeer niet meer dan zo'n 200ml op de eerste dag te geven. Na ongeveer 7 dagen de lamp(en) op ca. 40 cm(bij 600 watt 60 cm) boven de planten hangen. Controleer de temperatuur, die mag niet hoger zijn dan 28 graden en
wanneer de lampen uit zijn niet lager dan 16 graden. maar dit zijn uiterste waarden. beter is tussen de 20 en 25 graden,Zonodig warme lucht afzuigen en 's nachts bijverwarmen. Controleer de luchtvochtigheid die mag nu nog hoog zijn.(80% maar niet lager dan 50%.)Nog steeds alleen water met wortelstimulator( indien je geen voor bemesten grond heb kan je nu met groei voeding
beginnen)geven.
2e week: Na 10 dagen kun je de tijdklok op 12 uur zetten(Nu Gaan ze bloeien). Kijk of de lampen niet te dicht op de planten komen. Zonodig de lampen hoger hangen. (Dit blijven doen tot de planten uitgegroeid zijn.) Blijf temperatuur en luchtvochtigheid controleren. 3e week: Nu de planten gaan bloeien moet je een Bloeivoeding gebruiken.Houdt de temperatuur op peil maar zorg ervoor dat de luchtvochtigheid naar beneden gaat.(60%) Zorg ervoor dat de grond niet te droog maar zeker niet te nat is. Ook kunnen we nu eventueel beginnen met het toevoegen van een bloeistimulator 4e week het zelfde als 3e week. kijk eens of je geen ongedierte ziet
5e week:
Geef 3 weken voor de oogst, een week lang PK 13/14 mee aan het voedings water.Afhankelijk van de bloeitijd begin je dus ongeveer in deze week. Als je het niet zeker weet kun je bij de growshop natuurlijk even vragen naar de bloeitijd van je planten.
6e week.
Nu zitten er al flinke toppen in de planten met mooie witte haren en wordt het tijd dat de luchtvochtigheid streng gecontroleerd wordt.(ideaal is nu 50%.)je kan nu een keer spoelen met citroenzuur dit spoel de grond schoon van oude voedings zouten en breng de ph omlaag 2a3 dagen mee geven.
7e week:
Stop nu met voeding, alleen nog water geven.(Dit komt ten goede van de smaak)je kan nog wel de bloeistimulator mee geven dat kan tot op het eind. Controleer temperatuur en luchtvochtigheid.
8e week:
Stop nu ook met water geven.(Dit zet de plant aan tot verhoogde THC productie . De plant is nu ongeveer uitgebloeid en de haren beginnen mooi bruin te worden. Houd de luchtvochtigheid laag. Laat de planten afrijpen en snoei ondertussen de bladeren.
9e week:
Knip de toppen mooi schoon en hang de planten ondersteboven in een goed geventileerde niet te warme ruimte. De wiet is droog.
(De bloei tijd kan verschillen per soort vraag het even als je ze koopt)
|
|
|
|
|
|
|
|